Dementie

In mijn omgeving zag ik hoe verschillend mensen omgaan met dementie. Nu de overheid heeft aangekondigd dat mensen moeten gaan nadenken hoe ze hun latere jaren, zeg maar de herfst periode van het leven, willen doorbrengen, ligt het voor de hand om ook in TCC magazine dit onderwerp te belichten. We kunnen er immers als beroepsgroep op verschillende wijzen mee te maken krijgen. Mogelijk komt een cliënt met de vraag hoe om te gaan met een dementerende partner. Of een cliënt die zelf dementerend is en over euthanasie wil praten. Of misschien iemand die al vast wil leggen dat in geval van beginnende dementie hij/zij levensbeëindiging wenst. Over wie hebben we het? Hieronder drie ervaringsverhalen.

Dokter Andersen

Mijn gedachten en ervaring geef ik weer aan de hand van 3 verschillende situaties. Ik denk in de eerste plaats aan dokter Andersen. Het is al jaren geleden, omstreeks 1989, en ik werkte op de psycho-geriatrische afdeling van een verpleeghuis als maatschappelijk werkende. Dat betekende intakes, indicaties doen en dus praten met de patiënten en de familie. Dokter Andersen was aan het dementeren en stond op de wachtlijst om bij ons in het verpleeghuis te komen. De indicatie was gedaan door een collega. De heer Andersen arriveerde onder de liefdevolle hoede van zijn dochter op een ochtend bij ons en ik maakte kennis met een uiterst voorkomende man. Hij bracht een mooie grote groene plant mee, waarvoor we een plekje zochten in onze binnentuin. De heer Andersen was huisarts geweest. Hij kwam zeer hoffelijk en vriendelijk over en bijna vroeg je je af of er wel iets aan de hand was met deze man. Hij stelde zich zeer adequaat voor en deed de deur voor mij open toen we de binnentuin verlieten. Nog steeds na zoveel jaar herinner ik me zijn voorkomendheid en zijn vriendelijkheid. Natuurlijk bleek al heel snel dat er duidelijk sprake was van dementie in een gevorderd stadium. Dat voorkomende en die vriendelijkheid, de manier waarmee hij zijn boompje verzorgde, zijn me na al die jaren bij gebleven.

Mevrouw Janssen

Mevrouw Janssen raakt langzamerhand vergeetachtig maar kan nog heel veel met steun van haar echtgenoot. Het proces gaat langzaam en de echtgenoot helpt haar en merkt langzamerhand dat hij steeds meer moet gaan helpen. Dan komt het moment dat het niet meer gaat thuis ondanks de hulp van de echtgenoot en de kinderen. Mevrouw zal naar een verpleeghuis gaan. Daar bezoekt meneer Janssen haar iedere dag. Samen gaan ze door het proces van de ziekte die zich steeds indringender laat voelen. Zij wordt steeds afweziger en er zijn momenten dat ze hem niet meer herkent. Hij moet dan zijn stem laten horen en dingen tegen haar zeggen zoals: “Mies, ik ben Herman, je man, ik ben in 1964 met je getrouwd, dat weet je toch?” In negen van de tien keren komt de herkenning weer. Ze eten soms samen in het verpleeghuis. Zo went hij er aan dat hij langzamerhand de hulp van de verpleging wordt en elke middag haar komt helpen met eten. Ze kan het niet meer zelf. Langzamerhand worden ook de andere functies uitgeschakeld. En dan herkent ze hem niet meer en ook haar kinderen worden onbekenden. Ze blijft meer en meer in bed tot een longontsteking haar ziek maakt. In gesprek met de arts benadrukt de echtgenoot dat ze moet worden behandeld en beter gemaakt moet worden. Hij is inmiddels zo gewend aan zijn dagelijkse bezoeken en natuurlijk blijft de liefde, hij wil haar nog niet missen. Wonderwel komt mevrouw Janssen de longontsteking een beetje te boven. De verpleeghuisarts wil een gesprek met de man en de kinderen en vertelt dat een longontsteking of een andere levensbedreigende ziekte wellicht nu het einde van het leven van mevrouw Janssen kan betekenen, zeker als we haar niet voor een tweede maal behandelen met antibiotica. Ze is sterk lichamelijk verzwakt en is inmiddels diep dement. Een behandeling met antibiotica zal waarschijnlijk haar einde ook zijn. Er doen zich ook allerlei andere complicaties voor en de arts vraagt de familie of ze nu kunnen accepteren dat hun vrouw en moeder mogelijk aan het einde van haar leven is gekomen? De familie gaat akkoord. Na enkele weken wordt mevrouw Janssen weer ziek en omringd door haar geliefden en met pijnstilling en rustgevende medicatie sterft mevrouw Janssen.

Mevrouw Thijssen

Mevrouw Thijssen heeft een gecompliceerde familie anamnese waarbij bij beide ouders vroegtijdig alzheimer is geconstateerd en waaraan ze na een lang ziekbed zijn overleden. Als ik mevrouw Thijssen spreek is ze net na een hele serie onderzoeken gediagnosticeerd met ook alzheimer en ze is daar erg verdrietig over. Ze heeft tijd nodig om na te denken maar is zeer uitgesproken dat ze niet zo wil eindigen als haar ouders. Dat proces heeft ze van dichtbij meegemaakt en zo wil ze het niet voor zichzelf, niet voor haar man en niet voor haar kinderen. In de volgende maanden heeft ze vele gesprekken met haar huisarts, aanvankelijk samen met haar echtgenoot en later ook met haar kinderen er bij. Euthanasie wordt op haar verzoek besproken. Langzamerhand groeit ook de omgeving met haar mee. Die omgeving, man en kinderen, willen haar vanuit liefde en respect dit vrijwillige levenseinde gunnen, hoe moeilijk het ook zal zijn haar te moeten missen. Verklaringen moeten worden opgesteld en een scen-arts en een psychiater geconsulteerd. Euthanasie is alleen te krijgen op uitdrukkelijk verzoek van de persoon als zij/hij daartoe nog bij voldoende besef is, compos mentis is. Dat betekent dat je je verzoek om je leven te laten beëindigen zelf heel helder en duidelijk kan beslissen en dus de ziekte nog niet zo ver is gevorderd dat het besef ontbreekt. Het moment wordt (meestal) door de huisarts, die bereid is euthanasie te verlenen, bepaald. Dan kondigt de huisarts aan dat het volgende week maandag zo ver zal zijn, dit tot schrik van de familie. Altijd wil je dat het tijdstip van afscheid nemen verder weg ligt in de toekomst, zo menselijk, zo begrijpelijk. Uiteindelijk overlijdt mevrouw Thijssen in liefde omgeven door haar gezin Als ik bij toeval na 3 jaar de familie spreek, is men gerust en tevreden dat een zo zwaar proces zo goed is verlopen.

Tot slot

In mijn omgeving zag ik hoe verschillend mensen omgaan met dementie. De vraag is hoe wij met dementie bij onze medemensen kunnen omgaan.

Over dit vraagstuk wil TPnet in februari 2020 een themadag organiseren.

Heb je belangstelling om hier aan mee te werken dan kun je contact met me opnemen.

Tineke Ferwerda

 

Dit artikel is geplaatst in TCC-magazine* 2019 editie 5.

“Dat proces heeft ze van dichtbij meegemaakt en zo wil ze het niet voor zichzelf, niet voor haar man en niet voor haar kinderen.”