Deze tekst is een bewerking van het artikel “Overdracht en tegenoverdracht” uit: “Samenzijn in therapie” door Ger Zuiderveen
Het eerste deel is gepubliceerd in PSC magazine 2017- editie 1

Korte samenvatting eerste deel.

Alle hulpverleners, onderwijzers, predikanten of wie je verder ook maar bedenkt, hebben te maken met overdracht en tegenoverdracht. In iedere relatie is sprake van ‘iets’ overdragen, het behoort tot de menselijke gedragingen. Overdracht betekent, dat de ene mens bepaalde kwaliteiten al of niet bewust overdraagt op de ander. Tegenoverdracht gaat de andere richting uit.

De oorzaak en tevens de kern van de overdracht, is de drang om gelukkig te worden, gekoppeld aan volmaakt willen zijn. Dat doel hopen we te bereiken door ons te richten op iets of iemand buiten onszelf: geld, gezondheid, de partner, de regering. Daarnaast willen we meer onszelf worden. Maar vanuit pijn en angst ontkennen we vaak deze behoefte. Want erkenning van deze behoefte geeft onzekerheid en kan soms vergaande consequenties met zich meebrengen.

‘Niemand kan jou geven wat je nodig hebt, behalve jezelf. ‘

Bevestigen en frustreren

De transpersoonlijk therapeut houdt zich bezig met de diepe behoefte om jezelf te worden. Hij gaat niet meewerken om de problemen zo snel mogelijk op te lossen, maar maakt van de problemen thema’s die de weg naar zelfrealisatie vrij maken. Aangezien het een pijnlijk proces is, heeft de cliënt voortdurend de begrijpelijke neiging zijn pijn te ontlopen. Dit doet hij onder meer door de therapeut verantwoordelijk te maken voor zijn behoefte. Deze zal hier niet op ingaan en de verantwoordelijkheid terugleggen bij de cliënt. Hij maakt gebruik van bevestiging en frustratie om de cliënt van zijn werkelijke behoefte bewust te maken.

Hij frustreert de pogingen van de cliënt om de therapeut te manipuleren. ‘Help mij, troost mij, verlos mij, zeg mij wat ik moet doen, want ik ben niet in staat mijzelf te helpen’. Het manipulatief gedrag -het willen krijgen- staat altijd tegenover het echte ‘zijn’. Voortdurend wijst de therapeut zijn cliënt op de eigen verantwoordelijkheden. Frustreren alleen is echter te eenzijdig, de therapeut zal ook moeten bevestigen. Hij bevestigt datgene wat echt is. Hij let bijvoorbeeld op de lichaamstaal, die echt en authentiek is. In het manipulerende gedrag zit overigens ook altijd wel iets van authenticiteit. Dit authentieke zal door het te bevestigen steeds meer op de voorgrond komen.

Alleen zijn

De meeste mensen hebben het niet zozeer moeilijk met hun problemen, ook al gaat daar veel aandacht naar uit, maar met het alleen zijn daarin. Met problemen worden hier niet de zieke geestestoestanden bedoeld of de stoornissen. Daarbij heb je hulp of medicijnen nodig, waar medici in zijn gespecialiseerd. De therapeut daarentegen is bezig ‘samen te zijn’. De cliënt begrijpen in zijn eigenheid, waardoor hij zich bevestigd voelt. Door het manipulatieve gedrag te frustreren, wordt de weg naar bewustwording van de eigenheid steeds toegankelijker. Als de therapeut het geklaag en gejammer bevestigt ‘ach, wat erg voor je’, dan heeft de cliënt steeds meer troost nodig. De cliënt wordt op een neurotische wijze afhankelijk van de therapeut. Het warme bad dat de cliënt van zijn therapeut ontvangt, houdt een keer op, zonder werkelijke groei. Pas wanneer je het ‘willen krijgen’ opgeeft, kom je bij de werkelijke pijn van het gemis terecht en kan het verwerkingsproces beginnen.

‘Willen krijgen’

Het valt niet mee voor een cliënt om het ‘willen’ krijgen zo maar op te geven. Het ‘willen krijgen’ heeft nu eenmaal de functie om de pijn van het gemis niet te hoeven voelen. De hoop alsnog te krijgen is vermijding van die pijn, maar leidt helaas tot allerlei manipulatieve neuroses én uiteindelijk kom je er geen stap verder mee. Als je wel bij die pijn komt
kun je alsnog de pijn verwerken

Willen begrijpen

De situatie van de overdracht is in feite lijden. Lijden gaat niet over, pijn wel. Zolang je overdraagt word je niet zelf verantwoordelijk. Als je die pijn niet meer hoeft te vermijden, hoef je niet meer iemand anders er verantwoordelijk voor te maken. Je zult merken dat je ineens heel goed in staat bent contact met andere mensen aan te gaan en hen kan begrijpen in hun gemis. Daar krijg je oog voor. Je zult merken dat je het gemis van anderen niet goed kunt aanzien en je wilt vervolgens van jouw liefde geven. Je wilt echt begrijpen. Door op deze manier gevend te zijn, bevestig je jezelf. Die bevestiging hoeft niet meer per se door een ander gegeven te worden. Je geeft het jezelf, je bevestigt jezelf in het zijn van een liefdevol en goed mens.

Tegenoverdracht

De therapeut is ook maar een mens. Hij kent het zelfde gemis als zijn cliënt. Hoe goed voelt het wel niet om aardig te zijn of redder te worden van een cliënt in nood. De cliënt hoopt het te krijgen van de therapeut, de therapeut wordt verleid. Helaas gebeurt het vaak dat de therapeut de verantwoordelijkheid niet bij de cliënt zelf laat. Hij denkt na over een oplossing. Hij gaat voor de cliënt zorgen en zit daarbij meteen in de tegenoverdracht. In de pijn van zijn cliënt herkent hij zijn eigen pijn en vermijdt deze wellicht, door voor zijn cliënt te gaan zorgen.
Deze hulpverlening is in wezen een behoefte van de therapeut en niet de werkelijke behoefte van de cliënt.

De cliënt geeft de therapeut de macht om te kunnen helpen. Iedere rol van de therapeut, vader / moeder / deskundige, zal door de cliënt geaccepteerd worden. Want de cliënt denkt dat de therapeut hem verder helpt. Als de therapeut niet in staat is zichzelf te bevestigen, zal hij in de tegenoverdracht blijven en samen met zijn cliënt op een dood spoor terechtkomen. Als de cliënt alsnog een steunende vader zoekt, dan wordt de therapeut een vader. De cliënt wordt niet meer zichzelf, maar hij wordt afhankelijk. De angst voor de boosheid en de pijn van de cliënt maakt dat de therapeut aardig en begrijpend doet. Hij zegt niet: ‘hou op met je gejammer’, maar ‘ach, wat erg voor jou, ik zal je helpen’. Het lijden gaat door, overdracht en tegenoverdracht houden elkaar in stand. Om deze status-quo te voorkomen en te doorbreken, moet de therapeut dus in staat zijn zichzelf te bevestigen. Hij moet bezig zijn de eigen manipulatiespelletjes te doorzien.

Samen willen zijn

Als hij zich hiervan bewust is, hoeft er geen tegenoverdracht te ontstaan. Als het toch gebeurt, dan is hij zich tenminste daarvan bewust. De interesse of eigenlijk schijninteresse voor zijn cliënt (hij wil zijn eigen leegte vullen) kan de therapeut in tegenoverdracht niet volhouden. Hij raakt ongeïnteresseerd of geïrriteerd. De cliënt blijft achter en wordt opnieuw niet bevestigd in zijn authenticiteit. De ergste manier van tegenoverdracht is de tegenoverdracht die ontkend wordt. Tegenoverdracht zal er altijd zijn, het gaat erom je bewust te worden van de rol die je als therapeut speelt. Je moet hierover kunnen praten. Vermijden zal ook niet kunnen. Het is voor de therapeut een mogelijkheid om zelf door zijn pijn te gaan. Dankzij de overdracht kan de therapeut zijn cliënt frustreren en bevestigen, zodat de cliënt bij zijn authenticiteit kan komen. De grondbasis van de transpersoonlijke therapie is het ‘samen willen zijn’.

Dit artikel is geplaatst in PSC-magazine 2017 editie 3.